Margot Holtman Illustratie Mirjam

De gezusters Holtman #6: Sardientjes met Koriander van Hamid

 beeld: Margot Holtman, tekst: Dagmar Holtman

Margot Holtman is illustrator en zus van Dagmar Holtman, tekstschrijver. Margot houdt van soul food, Dagmar van Bretons en boers. In huiselijke kring staan ze bekend als de 'kooknazi's'. Op potaatoo staan ze -neutraler- bekend als De gezusters Holtman en vertellen ze u samen, in beeld en woord, hun verhalen.

 

Ineens woonde er weer iemand bij ons op zolder. Een meisje dit keer. Een kind nog. Ze was Marokko uit gesmokkeld door Hamid, haar oom, omdat ze een operatie nodig had die ze daar in Marrakech niet konden uitvoeren. Ze heette Farida en had een ernstige vorm van scoliose. Ik vond het niet erg dat ze bij ons woonde. Het gaf mijn moeder weer wat te doen.

Hoe het was gegaan: Javier was een vriend van mijn moeder. Een oude statige Chileen. Hij droeg een vissershoed en had een boxer die Andès heette. Javier en Andrès roken naar roggebrood. Javier kende Hamid. Mijn moeder had een zolder. Zodoende.

Als Javier en Andès op bezoek kwamen verstopte Farida zich altijd in de keuken. Ze vond Andès eng.

Mijn moeder startte een stichting met een aantal kennissen, om Farida te helpen aan een verblijfsvergunning en een operatie. Uit naam van de stichting communiceerde ze met alle instanties die iets van doen hadden met illegale kinderen, zieke kinderen en kinderen zonder voogd. Ik vond het wel bijzonder: een moeder met een stichting. Zo makkelijk was het dus om zoiets op te zetten.

Op een bepaald moment moest Farida naar een revalidatiekliniek in Wijk aan Zee. De stichting was tevreden, want dit betekende dat een instantie de zorg en verantwoordelijkheid voor het meisje overnam. Om te vieren dat Farida ergens geïnternaliseerd werd organiseerde mijn moeder een barbecue in haar volkstuin. Hamid was in Marokko kok geweest en hij verzorgde het eten. Gezeten op een tuinstoel had hij een plastic zak op zijn knieën, waar hij sardientjes uit haalde. Geroutineerd maakte hij de visjes schoon en ontschubde ze. Op een groot rooster legde hij de opengeklapte sardientjes neer en op elk vissenlijfje verdeelde hij een mengsel van knoflook, citroen en koriander. Ik had nog nooit koriander gegeten en wist na het eten niet of ik het lekker vond of niet. Farida en ik dronken DubbelDrank bij het eten. Mijn moeder, Hamid, Javier en de leden van de stichting dronken rode wijn uit een pak.

Toen verdween Hamid. Hij bleek betrokken bij drugssmokkel en belandde in een Zuid-Spaanse gevangenis. Volgens Javier was hij erin geluisd. “Maar goed, Hamid en Javier waren vriendjes”, zei mijn moeder.

Met Farida hadden we na verloop van tijd geen contact meer. Op de brieven van mijn moeder kwam geen antwoord. De revalidatiekliniek liet weten dat ze geen informatie gaven aan derden over cliënten. “Ze wil ons niet meer kennen”, zei mijn moeder.

Drie jaar later ging Javier dood. Mijn moeder was verdrietig. “Aids én kanker. Dan is het gewoon afgelopen.”

Vlak daarna ging Andès ook.

ook interessant voor u: