mirakelbes illustratie Merel Kamp tekst Norbert Peeters

Wonderbes

illustratie Merel Kamp

door Norbert Peeters

In zijn Metamorfosen verhaalt de Romeinse dichter Ovidius over de mythische koning Midas van Frygië.1 Dit verhaal begint met de verdwijning van de satyr Silenus, leermeester en pleegvader van de wijngod Bacchus. Al zwalkend door de wijn raakt de satyr de weg kwijt, tot onderdanen van koning Midas hem aantreffen en naar het hof brengen. Midas herkent Silenus onmiddellijk en onthaalt hem zeer gastvrij. Bacchus is zo verrukt dat Silenus weer terecht is, dat hij Midas één wens schenkt. De vrekkige koning vraagt om de gave dat alles wat hij aanraakt in goud verandert. En zo geschiedde het. Zodra hij een twijgje van een eik afbreekt, verandert dit direct in goud, en een appel die hij plukt lijkt geschonken door de Hesperiden. Maar als hij besluit een groot feest te geven ter ere van zijn nieuw verworven gave, ziet hij plots de keerzijde van zijn goudkoorts. Ook alles wat hij probeert te eten en te drinken verandert in goud.

 

Het verhaal over koning Midas goudkoorts schoot mij te binnen, toen ik voor het eerst hoorde over de werking van de Afrikaanse wonderbes (Synsepalum dulcificum). Het wonderbaarlijkste van deze bes is niet de smaak of de geneeskrachtige werking, maar een andere eigenaardige kwaliteit. Als je langzaam op het besje kauwt, verandert je smaaksensatie voor een paar uur. Na het eten van deze bes kun je met het grootste gemak een slok azijn drinken of je tanden zetten in een schijfje citroen. Je merkt direct dat de wrange smaak is verdwenen en beide plots heerlijk zoet proeven. Hetzelfde geldt voor een bittere grapefruit of bier.2

Bacchus honoreert de wens van koning Midas, Crispijn van de Passe (I), Johannes Posthius, 1602 - 1607  gravure, h 81mm × b 129mm.

 Bacchus honoreert de wens van koning Midas, Crispijn van de Passe (I), Johannes Posthius, 1602 - 1607  gravure, h 81mm × b 129mm., Collectie Rijksmuseum

Miracle berry

De westerse wereld maakte voor het eerst kennis met de wonderbes via de reisverslagen van de Franse cartograaf Reynaud des Marchais (1683 – 1728). In opdracht van de toenmalige koning van Frankrijk leidt hij meerdere expedities naar West-Afrika en de Noordkust van Zuid-Amerika om deze in kaart te brengen. Tijdens een expeditie naar West-Afrika bezoekt hij een dorp aan de Goudkust (in het huidige Ghana). Marchais merkt op dat de dorpsbewoners zich voeden met traditionele gerechten, zoals pap, maïsbrood, wijn en palmbier, die allemaal bitter of zurig van smaak zijn. Wanneer hij als buitenstaander gerechten proeft, krijgt hij geen hap door zijn keel. Tot zijn verbazing ziet Marchais hoe de bewoners voor elke maaltijd een klein besje genaamd táami nuttigen. Deze rode bes is niet veel groter dan een koffieboon en groeit aan struiken. Zodra Marchais op dit besje kauwt, voelt hij zich even als koning Midas. Alles wat hij voorgeschoteld krijgt, is plotsklaps heerlijk zoet van smaak.3

miracle berry

De wonderbes dankt zijn naam aan de arts en botanicus William Freeman Daniell (1817 – 1865), die in 1852 als legerchirurgijn gestationeerd was in de buurt van het dorp dat Des Marchais had bezocht. Ook Daniell stuit op de bes en ziet dat deze wordt verkocht op markten. Hij besluit een artikel te wijden aan de bijzondere bes, waarin hij spreekt van een ‘miraculous berry’.4 Hoewel de werking van de bes op onze smaaksensatie onduidelijk was, duurde het niet lang voordat entrepreneurs geld zagen in deze vruchten. Maar een commercieel succes bleef uit. De bes bederft binnen enkele dagen dus verschepen was geen optie. Ook slaagden kwekers er niet in om de plant in kassen te verbouwen.

Suikervervanger

Pas in 1968 slaagt de Japanse bioloog Kenzo Kurihara er in om de werkzame stof te isoleren.5 Hij ontdekt dat de vervorming in smaaksensatie wordt opgewekt door een glycoproteïne in het vruchtvlees van de bes. In navolging van Daniell noemt hij deze proteïne ‘miraculin’. De onderzoekers toonden aan dat deze chemische stof zich vasthecht aan de smaak-receptorcellen op je tong die zoetigheid registreren. Ieders tong is bedekt met talloze smaakpapillen, waarvan elke papil tussen de vijftig en honderd smaakcellen bevat, die vijf verschillende smaken detecteren (zoet, zuur, zout, bitter en umami). Zodra je iets zuurs of bitters eet of drinkt, prikkelt miraculine de smaakcellen die normaal alleen zoet registeren. Deze signalen vertellen je hersenen dat je iets mierzoets aan het eten bent.6

Kort nadat de werkzame stof werd geïsoleerd, toonden bedrijven hernieuwde interesse in de werking van de wonderbes. Sterker nog, sommige investeerders zien in miraculine het panacee van de moderne maatschappij. Aangezien de wereldbevolking in toenemende mate kampt met het probleem van overgewicht en er een toename is in het aantal diabetespatiënten, lijkt miraculine de ideale suikervervanger. Na het innemen van een dosis miraculine hoef je immers geen voedsel met een hoge suikerconcentratie te eten of drinken, om toch de smaaksensatie van zoet te krijgen. Bovendien bevat de bes zelf nauwelijks calorieën. In de jaren zeventig probeert het Amerikaanse bedrijf Miralin de werkzame stof aan te bieden in tabletvorm. Maar vlak voor de lancering van het product, grijpt de Amerikaanse Voedsel- en Drugs-administratie (FDA) in door miraculine te classificeren als een voedseladditief. Dit betekende dat het product aan andere (veel strengere) regelgeving moest voldoen. Om het product op de markt te brengen, waren er eerst uitvoerige medische studies nodig om vast te stellen of de stof onschadelijk was voor de consument. Omdat Miralin deze proefrondes niet kon betalen, werd de productie stilgelegd. Complotdenkers verdenken lobbyisten uit de suikerindustrie van kwade opzet.7

Miracle berry tablets

Inmiddels kun je eenvoudig miraculine tabletten aanschaffen. Maar ondanks de wonderbaarlijke verandering in smaaksensatie blijft het grote succes van de wonderbes nog steeds uit. In Japan geniet miraculine enige populariteit onder diabetici en mensen die willen afvallen. Ook blijkt de bes bruikbaar om de metaalsmaak te onderdrukken die patiënten ervaren na chemotherapie.8 Maar de wonderbes staat vooral bekend als curieuze specerij, soms gebruikt op zogenaamde flavor-tripping feesten.9 Wellicht heeft dit te maken met het Midas-effect van de bes. Veel mensen houden best van de zure smaak van een Granny Smith. Daarnaast tast de stof niet alleen de smaak van zure en bittere dranken en spijzen aan, ook hartig eten krijgt een onaangename zoetige bijsmaak.

 

De gewiekste wonderbes

Wetenschappelijk onderzoek naar de werking van de wonderbes heeft zich tot nu toe enkel gericht op de mens.10 Maar de verandering in smaaksensatie door miraculine roept ook een evolutionair vraagstuk op: welke betekenis heeft miraculine in het overleven van de plant? Gaat het hier om een onbelangrijke bijwerking of is de plant gebaat bij de verandering in smaaksensatie? Op deze vragen heb ik geen antwoord kunnen vinden. Sterker nog, volgens mij is de vraag nog nauwelijks gesteld.

Laat ik een eerste poging wagen. Ieder organisme dient zijn nakomelingen te verspreiden, zodat zij op andere plekken kunnen gedijen en op hun beurt genen kunnen verspreiden. Dieren en mensen doen dit door bijvoorbeeld te vliegen of lopen, maar planten hebben die optie niet. Maar zij kunnen wel meeliften. Om hun nakomelingen een rooskleurige toekomst te bieden, investeren planten veel energie in het maken van vruchten. Zo’n vrucht kun je vergelijken met een speciale cadeauverpakking. Veel ouders verpakken hun kinderen in sappig en zoet vruchtvlees, zoals de appel. Een hongerig dier eet op zijn beurt dit fruit en verspreidt zo de zaden over grote afstanden, om ze achter te laten in een dampende hoop mest, die de nakomelingen direct de nodige voedingsstoffen geeft.11

Bij de wonderbessenstruik ligt dat anders. Deze plant verpakt zijn zaden niet in zoet vruchtvlees, maar in vruchtvlees dat de smaaksensatie vervormt. Een eerste hypothese zou bijvoorbeeld zijn dat de stof ervoor zorgt dat een dier meer van de wonderbessen nuttigt. Maar een bezwaar hiertegen is dat de bes zelf niet zuur van smaak is (en zijn eigen smaak dus niet hoeft te maskeren). Onlangs schoot mij een andere hypothese te binnen. Onrijpe vruchten zijn vaak erg zuur van smaak. Denk bijvoorbeeld aan een braam (Rubus). Deze vrucht begint als harde, groene vrucht; met een wrange smaak. Dat is niet vreemd, het zou immers uiterst nadelig zijn voor de plant als zijn bramen in dit stadium al worden gegeten. Pas als de embryo’s in de zaden volgroeid zin, wordt ook het vruchtvlees rijp. Stel nu dat de miraculine ervoor zorgt dat vruchteters gedurende een aantal uur ook onrijpe vruchten kunnen nuttigen. Dit zou ervoor zorgen dat zaden van andere plantsoorten, die concurreren voor een plek in de zon, nog onvolgroeid worden genuttigd. Zo zorgt de wonderbessenstruik dat hij zijn zaden verspreidt en tegelijkertijd op effectieve wijze concurrerende planten de pas afsnijdt. Maar of deze hypothese steek houdt, vergt nog veel veldonderzoek.

 

Je kunt de wonderbes zelf bestellen via: http://www.miraclefruitman.com/

 

 

----

[1] Ovidius, Metamorphosen, boek XI, pp. 85-145.

[2] J. van Dam, ‘Wonderlijke zoetstof’, Het Parool, 5 mei 2012.

[3] Bron: http://www.taamiberry.com/about/origins-history/index.html.

[4] Daniell, W.F. (1852), ‘On the Synsepalum dulcificum, de cand. or, miraculous berry of Western Africa’, Pharmaceutical Journal, Vol. 11 No. 445, pp. 445-8.

[5] K. Kurihara en M. Beidler, ‘Taste-Modifying Protein from Miracle Fruit’, Science, Vol 161, No. 3847 (1968), pp. 1241-3.

[6] Vreemd genoeg onderdrukt de stof de sensatie van zoet als je na het eten van de bes voedsel met suiker of suikervangers zoals aspartaan of stevia verrijkt.

[7] E. Yong, ‘How the miracle fruit changes sour into sweet’, Not exactly rocket science, Discover (2011); A. Fowler, ‘The miracle berry’, BBC Magazine (2008).

[8] Chemotherapie tast de smaakpapillen op je ting aan.

[9] P. Farrell en K. Bracken, ‘A Tiny Fruit That Tricks the Tongue’, The New York Times.

[10] De verandering in smaaksensatie roept ook een filosofisch vraagstuk op. Zo leert de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724 – 1804) ons dat zoetheid geen eigenschap van een object is, maar berust op een over en weer tussen subject en object.[1] De eigenschap zoet is een product van de ervaring, oftewel pas wanneer bijvoorbeeld suiker de tong raakt heb je de sensatie van zoet. Dus of je iets zoet noemt, berust op een subjectief smaakoordeel (Wahrnehmungsurteil). Het is immers denkbaar dat er verschillen bestaan in de smaakwaarneming van individuen. Zo kan een ziekte of medicijngebruik de smaak ernstig aantasten. Ook het nuttigen van de wonderbes onderstreept Kants gedachtegang (bron: I. Kant, Prolegomena, § 19.).

[11] Cf. Peeters, De Javaanse vliegende komkommer (botanischefilosofie.nl). 

 

 

 

ook interessant voor u: